Pagina beeldend getijdenboek, gemaakt tijdens Monnikenwerk in Westeremden. geinspireerd op middeleeuwse geillustreerde getijdenboeken.

In juli en augustus deed ik mee met het project www.monnikenwerk.nu: 11 kunstenaars in 10 middeleeuwse kerken in Groningen, elke week een dag in stilte werken, met aan het eind van de dag de mogelijkheid voor publiek om het gemaakte werk te bekijken en in gesprek te gaan. Mijn startpunt voor deze weken was de vraag op welke wijze ik als een monnik zou kunnen werken; in een ritme, vaste tijden en met concentratie. Niet gericht op einddoelen en resultaten, maar op het werk zelf, in het nu en met aandacht, bij jezelf blijven terwijl het werk al doende vorm krijgt. Door de gedachte van een vast ritme, kwam ik op het idee om te kijken naar de getijden van kloosters; de momenten van gebed. Dit geeft een vaste structuur aan de dag.

De volgende stap was dat ik naar het Catharijne Convent in Utrecht ben gegaan om 14e-eeuwse getijdenboeken te bekijken uit hun collectie. De geïllustreerde getijdenboeken werden populair en veel ervan werden gemaakt voor rijke opdrachtgevers, in ateliers van kunstenaars en schrijvers, in de 14e en 15e eeuw. Deze boeken zijn gebedenboeken in het Nederlands vertaald voor leken buiten het klooster. Teksten en gebeden werden voor de gewone mensen toegankelijk gemaakt en vertaald, in gang gezet door een beweging die de Moderne Devotie wordt genoemd; een mens volgt zijn eigen geweten en geeft zelf vorm aan zijn persoonlijke spirituele leven.

Hoe zou deze persoonlijke meditatie er in 2020 uit kunnen zien? Welke vorm heeft dit nu voor mij?

Pagina van getijdenboek, landschap, kwelders en kamille

Ik heb mijn eigen interpretatie van een getijdenboek gemaakt. De oude getijdenboeken hebben een kenmerkend grid, een indeling van de pagina, die steeds hetzelfde is; je ziet de lijnen nog staan die zijn getrokken als hulplijn. Dit grid neem ik als uitgangspunt, het wordt de vaste structuur waarbinnen ik werk.

t tijdens Monikenwerk, middeleeuwse getijdenboeken als inspiratiebron

Het kader (het grid) is de ‘regel’. Buiten dit kader leg ik mezelf geen (beeldende) regels op, waardoor ik alle mogelijke ideeën, genres en stijlen kan gebruiken. Het beeld zoekt ruimte en vrijheid op. Het overschrijven van één van de boetepsalmen, die altijd onderdeel zijn van getijdenboeken, gebruik ik als meditatief moment; als een monnik die handschriften kopieert. Ik schrijf zó, dat de tekst onleesbaar is; alleen een structuur. Tekst wordt op deze manier een beeldend element en leidt niet af van het beeld als geheel op de pagina. Wat ik wel meeneem uit de tekst zijn bepaalde symbolen, beeldtaal en gedachten, die ik verwerk in de tekening.

In contrast met de abstracte vormen en structuren zijn de versieringen eromheen; bloemen en planten die in het landschap rondom staan. Organische vormen, groeiend, bewegend. Aards en tastbaar versus de onzichtbare aanwezigheid in de tekst en ruimte van de abstracte composities.